De bouwers van de Franse Forten | Naamdragers forten

 Fort Dirks Admiraal | Fort Du Falga | Fort Erfprins | Fort Harssens | Fort Kijkduin

Fort Kijkduin "Miljoenenfort"| Fort op de Laan | Fort Oostoever | Fort Westoever

Home/Accueil

●  Inleiding/Preface

●  Nieuws/Nouvelles

Nederlands/Néerlandais

●  De Stelling Den Helder

●  Kustartillerie/l'artillerie côtière

●  Forten/Forteresses

●  Batterijen/Batteries

●  Linies/retranchement

●  Bunkers/Abris

●  Monumenten/Monuments

Duits/Allemand

●  Bunker complexen

●  Bunkers/Abris

●  Radar

●  Mijnenvelden/Champs de mines

Overige plaatsen

●  Callantsoog

●  Den Oever

●  Petten

●  Schagen

●  Schoorl

●  Texel 

Diversen/Divers

●  Boeken/Livres

●  Links/Liens

●  Updates

●  Site 

 

 

De bouwers van de Franse forten

  

© J. van Tongeren, Laatste wijziging 20 november 2005

 

De bouw van de forten in Den Helder begon in het voorjaar van 1812. Het zware graafwerk werd vooral gedaan door Spaanse krijgsgevangenen, terwijl verplicht aangewezen ambachtslieden vanuit geheel Noord-Holland zich bezig hielden met het metselen en met overige werkzaamheden.

  

Plannen

Na de landing van de Engelsen en Russen in 1799 bleek overduidelijk dat Den Helder door het ontbreken van een landfront onmogelijk te verdedigen viel. In februari 1800 begon men direct met het maken van plannen om de verdediging te verbeteren. Van alle plannenmakers waren het Luitenant-kolonel der Fortificatiën baron C.R.Th. Kraijenhoff en luitenant-kolonel der Marine Jan Blanken die de belangrijkste ontwerpen maakten. Maar daarbij bleef het.

Luitenant-kolonel-ingenieur Baron Cornelis Rudolphus Theodorus Krayenhoff werd op 14 januari 1796 aangesteld tot Directeur der Hollandse Fortificatiën, Defensie- en Artificiële Inundatiën. In 1807 werd hij benoemd tot inspecteur-generaal der Genie met de rang van generaal-majoor en na de inlijving bij Frankrijk in 1810 werd hij bij Keizerlijk Decreet van 21 september 1810 benoemd tot brigade-generaal en inspecteur generaal der Genie zonder nadere bestemming.

(1755-1838)

 

Den Helder oorlogshaven

Van 18 september tot 11 november 1811 maakte keizer Napoleon een inspectiereis door Holland. Die reis is van veel invloed geweest op het later aangenomen stelsel van verdediging van de kusten en zeegaten, voornamelijk voor wat betreft de Stelling van Den Helder. Zo bezocht hij op 16 en 17 oktober Den Helder en Texel. Het bezoek aan Texel gaf de keizer de overtuiging dat Den Helder met buitenrede belangrijker was dan hij gedacht had; grote schepen konden onder bescherming van de kustbatterijen dicht onder de wal liggen en ze konden gemakkelijk weer vertrekken. In oktober 1811 wees hij de havens Den Helder, Medemblik en Hellevoetsluis aan om als oorloghavens te dienen.

Bij zijn decreet van 22 oktober 1811 bepaalde Napoleon dat, om de kosten te kunnen dekken, de goederen bestemd van de Duitse orde, die 16 miljoen francs zouden opbrengen: zes miljoen werd bestemd voor het verbeteren van de verdedigingswerken van Den Helder. De overige zes miljoen was voor de maritieme werken aan het Nieuwediep.

Belangrijke plannen waren inmiddels ontworpen om het Nieuwediep te maken tot een etablissement voor het uitrusten, bouwen en dokken van schepen. Het plan dat uiteindelijk zou worden gerealiseerd werd ontworpen door de Franse generaal-ingenieur Kirgener, met bijstellingen van het 'Comité Central des Fortifications'. Op 8 maart 1812 gaf Napoleon zijn goedkeuring aan de plannen voor de complete stelling Den Helder: gebouwd moesten worden de forten Lasalle (Erfprins), Morland (Kijkduin), L'Ecluse (Dirks Admiraal), Du Gommier (Oostoever) en Dufalga.

 

Spaanse krijgsgevangenen

Voor de zware grondwerkzaamheden aan de maritieme werken en fortificatiën in de oorloghavens werden voor het grootste gedeelte Spaanse krijgsgevangenen ingezet. In Den Helder waren er in mei 1812 maar liefst 2692 Spanjaarden, waarvan er 288 in het hospitaal lagen. In november 1813 werkten er ongeveer 1500.

Van de Spaanse krijgsgevangenen in Den Helder waren er vier bataillons ondergebracht in kerken, twee in kazernes te Huisduinen en één in tenten aan de voet van de dijk. Bovendien moesten ook nog 1300 werklieden die in dienst waren van de genie ondergebracht worden. De minister liet in april 1812 in Amsterdam vijf fluitschepen huren, om te dienen als kazerneschepen in Nieuwediep, het waren de Adeline, het Vertrouwen, Vreede en Vrijheid, Ceres en de Kievit. Een fluitschip, de Johanna Maria, werd aangekocht en ingericht als hospitaalschip voor het Texel-eskader.*1)

Vooral in tijden van binnenlandse onlusten baarden krijgsgevangenen de militaire bevelhebber veel zorg, want, hoewel er niet over hen te klagen viel, het was toch niet uitgesloten dat op een gegeven moment oproer zou uitbreken.

 

De prefect van het Departement der Zuiderzee, A.P.F.G. Visscher deed op 19 maart 1812 een schriftelijke oproep aan zijn onder-prefecten in totaal 792 ambachtslieden beschikbaar stellen voor de bouw van de verdedigingswerken te Den Helder.*2) Elke gemeente moest voor iedere 500 inwoners één werkman ter beschikking stellen.

Zo moest het arondissement Hoorn honderd werklieden leveren.

 

De onder-prefekt van het arondissement Hoorn, E.J.R. Molerus droeg vervolgens op 23 mei 1812 zijn burgemeesters op dit bevel uit te voeren.*3) Molerus wilde het liefst niet zijn beste mensen naar Den Helder sturen, getuige zijn opmerking: "De Heeren (burgemeesters) zijn gehouden geene werklieden na de Helder te zenden, als die fors, sterk en aan het graven en spitten gewoon zijn". De gedrukte brief is hieronder vermeld.

 

De Onder-Prefekt van het Arondissement Hoorn, Departement de Zuiderzee.

Gezien het Besluit van den Heer Prefekt van het zelve Departement in data 19 dezer maand, waarby dezelve krachtens hoogere orders eene oproeping doet van Zeven-honderd Twee en negentig werklieden voor de werken aan de Helder, en waar bij het getal manschappen hier toe door het Arrondissement Hoorn te leveren, bepaald wordt op Honderd werklieden.

 

Besluit het geen volgt:

Art: I. De Honderd werklieden het Contingent van het Arrondissement Hoorn uitmakende, zullen over de Gemeentens van hetzelve Arrondissement worden omgeslagen, overeenkomstig het op de tweede pagina geplaatst Tableau.

Art: II. De ontvangst van het tegenwoordig Besluit, zullen de Heeren Maires zorg dragen om dadelijk de Manschappen welke het Contingent hunner Gemeente uitmaken, naar de werkplaatsen der Vesting werken aan de Helder te zenden. Iedere Maire zal verplicht zijn het aan denzelven toegewezene contingent voltallig te houden, tot dat daaromtrent anders zal zijn geordonneerd.

Art: III. Ten bewijze dat de Gemeentens het hun aangewezenen getal hebben geleverd, zijn de Heeren Maires gehouden om aan den Onder-Prefekt intezenden de Recepis aan hun afgegeven door den Commissaris belast met de aanneming der werklieden aan de Helder.

Art: IIII. De Heeren zijn gehouden geene werklieden na de Helder te zenden, als die fors, sterk en aan het graven en spitten gewoon zijn.

Art: V. Het tegenwoordig Besluit zal toegezonden worden aan alle Maires van het Arrondissement Hoorn, die op hun personeele verantwoordelijkheid met deszelfs uitvoering zijn belast.

 

Gedaan te Hoorn den 23 Meij 1812.

E.J.R. Molerus.

Tableau van omslag tusschen de Gemeentens van het Arrondissement Hoorn, van de honderd Werklieden welke dat Arrondissement moet leveren voor de werken aan de Helder.

 

Aanwijzing der Gemeentens

Getal der Bevolking der Gemeentens

Getal der werklieden dat ieder Gemeente moet leveren

Abbekerk

514

 

Hoogtwoud

1071

 

Medemblik

2987

6

Nibbixwoud

790

1

Obdam

881

2

Spanbroek

897

2

Zijbecarspel

567

1

Twisk

946

2

Enkhuizen

5465

11

Andijk

1597

3

Bovencarspel

778

1

Grootebroek

1414

3

Hoogcarspel

1274

2

Venhuizen

1159

2

Avenhorn

626

1

Beets

684

1

Berkhout

1013

2

Hoorn

8095

16

Blokker

884

2

Schellinkhout

765

1

Wognum

724

1

Zwaag

1095

2

Edam

3489

7

Middelie

908

2

Oosthuizen

648

1

Beemster

2516

5

Purmerende

2670

5

Ilpendam

986

2

Monnikendam

2269

5

Broek in Waterland

1108

2

Buiksloot

540

1

Landsmeer

783

1

Nieuwendam

1011

2

Ransdorp

842

2

 

52.006

100

 

 

Vertrek Spanjaarden

De vice-admiraal C.H. VerHuell hield zijn eigen troepen ook niet vrij van het zware werk, hoewel zij lieten weten dat het hen sterk tegenstond.

Om de belegering in Den Helder langer te kunnen volhouden moest men zorgvuldig met de voorraden voedsel omgaan. Op VerHuell's voorstel de Spaanse krijgevangenen daarom te laten vertrekken, stemde de raad van verdediging eenstemmig in.

Op 4 december 1813 zond admiraal VerHuell de 1452 Spaanse krijgsgevangenen weg, voorzien van een dagorder in hun eigen taal. Luitenant Bezemer en Adriaan Teyler van Hall namen de groep aan de Groote Keet over. Van Hall moest van het Algemeen Bestuur de administratie regelen en de Spanjaarden verzorgen. Ze werden eerst getransporteerd naar Schagerbrug en vandaar moesten ze over Alkmaar, Haarlem, Leiden en Delft marcheren naar het eiland Voorne. Uit de havenplaats Briel werden ze door Engelse transportschepen naar hun vaderland gebracht.

Verhuellcolor2

C.H.VerHuell

(1764-1845)

 

De admiraal eiste later ter assistentie bij de afbouw van de forten steeds 30 werklieden, gedurende tien achtereenvolgende dagen. De burgerij van Den Helder moest hen f. 1,- per dag betalen. Toen de financiën van het garnizoen uitgeput waren schreef de admiraal (onder garantie van zijn eigen vermogen) onder de burgerij een lening uit van f. 20.000,-. De gehele bevolking van Den Helder werd aangeslagen. Degenen die niet betaalden stonden strenge straffen te wachten.

Na de overgave van de Stelling van Den Helder, op 4 mei 1814, staakte men met de bouw van de forten. De afbouw, die behoudens het grondwerk, bij lange na nog niet voltooid was, vond pas plaats na 1827.

 

Noten:

*1) Fluitschepen waren een type koopvaardijschepen met veel ruimte; ze hadden twee dekken, een campagne en een bak en konden 300 à 400 man bergen. Ze zijn in Nieuwediep in gebruik gebleven, totdat ze in 1813 konden worden vervangen door ontwapende en buiten dienst gestelde fregatten, zoals de Aurora en de Maria Reygersbergen. De krijgsgevangenen die werkten aan de verdedigingswerken van de genie werden aan wal gehuisvest.

*2) A.P.F.G. Visscher (graaf van Celles) was prefect van het Departement de Zuiderzee van 11 febuari 1811 tot 16 november 1813)

*3) Edgard Jacob Rutger Mollerus, sous prefect van Hoorn van december 1811 tot december 1813. Was vóór december 1811 sous prefect van Alkmaar.

 

Bronnen:

  • Rijksarchief Noord-Holland (RA-NH), Departementaal bestuur Zuiderzee 1811-1814, nummer 615 Vestingwerken.

  • Herman, H.: Geschiedenis onzer zeemacht tijdens de Fransche overheershing, 1810 tot 1814. Het Nederlandsche Zeewezen.

  • Koolemans Beijnen, G.J.W.: Historisch Gedenkboek der herstelling van Neêrlands onafhankelijkheid. Haarlem 1913

  • Gijsberti Hodenpijl, G.F.: Napoleon in Nederland. Haarlem 1904.

  • De Vice-Admiraal C.H. Verhuell aan den Helder. Marineblad 1897-1998, p. 823-835.

  • Elderen, F.M. van: Erfprins, van fort Lasalle tot Marinekazerne. 's-Gravenhage 1985.