De bouwers van de Franse Forten | Naamdragers forten

 Fort Dirks Admiraal | Fort Du Falga | Fort Erfprins | Fort Harssens | Fort Kijkduin

Fort Kijkduin "Miljoenenfort"| Fort op de Laan | Fort Oostoever | Fort Westoever

Home/Accueil

●  Inleiding/Preface

●  Nieuws/Nouvelles

Nederlands/Néerlandais

●  De Stelling Den Helder

●  Kustartillerie

●  Forten/Forteresses

●  Batterijen/Batteries

●  Linies/retranchement

●  Bunkers/Abris

●  Monumenten

Duits/Allemand

●  Bunker complexen

●  Bunkers/Abris

●  Radar

●  Mijnenvelden/Champs de mines

Overige plaatsen

●  Callantsoog

●  Den Oever

●  Petten

●  Schagen

●  Schoorl

●  Texel 

Diversen/Divers

●  Boeken/Livres

●  Links/Liens

●  Updates

●  Site

 

 

 

Fort Kijkduin, van batterij tot fort ........

 

© J. van Tongeren - Laatste bijwerking 10 januari 2008

 

 

De kleine batterij

Batterie de Côte sur Kyk-duin

Telegraaf

Tour Modèle no. 1

De naamgeving fort Kijkduin

Het bezoek van Koning Willem I

Kogelgloeioven

De vuurtoren

Nieuwe bewoners

Fortwachter

Gebouw voor de afstandmeting

Gardner Mitrailleur M90

De batterij Kijkduin

 

Fort Kijkduin met voorgelegen batterij (foto vóór 1970)

Halverwege januari 1970 ving de firma G. Kruk N.V. (Beverwijk) aan met de sloop

 van de kustbatterij aan de zeezijde, waardoor de oppervlakte van het fort

 ongeveer gehalveerd werd. De werkzaamheden duurden ongeveer een half jaar.

 

De kleine batterij

Ten zuidwesten van Huisduinen stond een door een borstwering omgeven post voor kustbewaking met twee kanonnen voor seinschoten.

Gedurende de 4e Engelse oorlog (1780-1884) werd grote activiteit vertoond bij het wederom organiseren van de kustverdediging en het opnieuw instellen van de kust-seininrichting.

Door kapitein J.H. van Kinsbergen werd o.a. de order gegeven de Post op Kijkduin te bezetten.

Op 17 mei 1796 werd een inspectie gemaakt over "Staat en Ammunitie van  Oorlog op de Seinposten en Kust Batteryen van den Hoek van Holland, tot op de Helder en Texel incluis." 

De inventaris van Kijkduin was: No. 20 De seinpost aan Kijkduin aan de Helder

2 ijzere Cannons a 18 pond op Rolpaarden,  1 lepel met aftrekker,  2 Wissers met aanzetters, 1 munitiekist, 1 haaie Deken, 1 gevulde Kruithoorn,  2 Londstokken,  2 Sunderstokken, 1 Zunderbos,  8 Zunders,  2 Boorpriemen, 5 Bossen Lond, 1 Lantaarn, 4 Handspeeken, 38 Geswinde Pijpjes, 30 gevulde Saaye Cardoezen, 30 Ruwe Kogels.

Na de inval der Engelsen en Russen in 1799 werd de post voor de kustbewaking bewapend met het geschut van de batterij "De Revolutie".

 

Batterie de Côte sur Kyk-duin

Vóór 1810 werd een geheel nieuwe batterij aangelegd met alleen een aarden front naar zee en met meer bewapening. In de maand december 1810 beantwoordde kapitein Ackerman de brief van de kapitein en fungerende Directeur Valter, dat alle kustbatterijen te Den Helder van achteren waren gesloten door pallisaden. Over de batterij op Kijkduin werd gezegd:

"... want ook de nieuw aangelegde kustbatterij buiten het Retrachement op Kijkduin is door pallissadering omringd."

De navolgende tekening met het Franse opschrift "Batterie de Côte sur Kyk-duin" laat zien dat de batterij bestond uit een eenvoudige aarden frontborstwering naar de zeekant, welke een bewapening had van vijf kanonnen van 24 pond.

Achter het geschut stond er binnen de pallisadering de Telegraaf No. 1 voor het geven van seinen met daarnaast een onderkomen voor het telegraaf-personeel. Iets ten zuidwesten stonden een drietal houten gebouwtjes waarvan de grootste diende als Magazijn voor de waterstaat met rechts daarvan een wachthut voor de soldaten en verder een kleine loods.

 

Telegraaf

Nadat de Franse ingenieur Claude Chappe in 1792 de na hem genoemde telegrafie had uitgevonden, werd dit ook in Nederland ingevoerd.

De bataafse telegraaf werd aan het eind van de 18de eeuw ontwikkeld onder leiding van de gepensioneerde Schout-bij-Nacht Joan van Woensel. *1 (zie noot)

Met behulp van een hoge seinmast met zijdelingse 4 meter lange armen kon met behulp van schotelvormige platen of bollen een lettercode worden samengesteld. Deze optische telegraaf, zoals hij genoemd werd, was opgesteld in een reeks van 42 seinposten van Kijkduin (Den Helder) tot Vlissingen. Seinen werden hiermede gewisseld met behulp van vijf bollen en 's nachts met vijf lantarens.

Omdat de telegrafen genummerd waren van het noorden naar het zuiden, kreeg de telegraaf op de batterij Kijkduin de naam "Telegraaf No. 1". In 1799 was Cornelis Boeij de seinwachter, die jaren later werd opgevolgd door Cornelis van Uijen.

 

In februari 1811 waren er 31 seinposten langs de kust, op Texel de posten 32, 33 en 34 en op Vlieland de posten 35, 36. Nadat ook een Franse post op de Zeeuwse eilanden was gemaakt, werden er in december 1811 nieuwe seintableaux vastgesteld, zodat er geregeld geseind kon worden van Antwerpen tot Kijkduin bij Den Helder. De gehele kustbeseining werd in januari 1814 opgeheven.

 

Tour Modèle no. 1

Keizer Napoleon wilde voortaan wachthuizen, kruidmagazijntjes en gebouwen verenigd zien in de vorm van een gewelfde of gecreneleerde toren, die eveneens tot reduits konden dienen. Het centrale comité ontwierp vervolgens een aantal modellen, waaruit Napoleon er een drietal vierkante torens goedkeurde, die nadien de benaming kregen van Tours-modèles no. 1, no. 2 en no. 3.

 

Op Kijkduin werd een Tour modèle no. 1 gepland waarvoor de eerst tekeningen werden gemaakt door de genie. Op 1 juli 1811 werden de ontwerpen goedgekeurd de luitenant-kolonel Du Parc, Comdt. les travaux extraord. du helder.

De Tour modèle no. 1 was de grootste van de drie standaard ontwerpen. Het was bomvrij gewelfd en door een droge gracht omgeven, waarover een ophaal- en slapende brug. De kelders bevatte een buskruid-, levensmiddelen- en artilleriemagazijn alsmede een regenbak. De etage bood huisvesting aan 60 personen waarvoor evenveel bridsen waren gesitueerd. De ruimte was gecreneleerd en bevatte bovendien twee stukken geschut om de ingang te verdedigen. Op het platform stonden op de hoeken vier kanons van 24 of 16 pond op kustaffuiten. De trappen naar de kelder en naar het platform met de machicoulisiii waren in de dikte van de omvangsmuren uitgespaard. De vierhoekige toren had een binnenmaat van 12 x 12 meter (lengte x breedte).

 

De begroting van de tour-modèle no. 1:    Francs

De toren                                             38.000

De slapende en ophaalbrug                       1.000

Het glacis met gereveteerde contrescarp  21.000 +

                                                        60.000

 

De Tour modèle no. 1 op Kijkduin werd uiteindelijk niet gebouwd. Toch heeft het huidige reduit veel weg van het eerste ontwerp. Het huidige reduit bevat meer kazematten vanwege het ontbreken van een etage, waardoor de lengte en breedte groter werden. Doch alle bovengenoemde functionaliteiten van de magazijnen, regenbak, droge gracht en ophaalbrug bleven gehandhaafd. Een extra toevoeging zijn de twee bastions aan de zuidzijde van het reduit ter bescherming van de droge gracht.

 

De naamgeving fort Kijkduin

Bij Souverein Besluit van 28 juli 1814 kreeg het fort zijn nu nog dragende naam "fort Kijkduin", genoemd naar het duin waarop het gebouwd was.

 

Het bezoek van Koning Willem I

Zijne Koninklijke Hoogheid Willem I kwam op 28 mei 1819 persoonlijk naar Den Helder. Met twee rijtuigen en vergezeld van vier adjudanten arriveerde hij in Den Helder en nam zijn optrek in het logement "Zeeburg". De volgende ochtend om zes uur vertrok hij te paard voor een inspectietocht over de forten en batterijen in het bijzijn van Luitenant Ingenieur .........

Na op fort Erfprins te hebben rondgereden en aldaar kruitmagazijn bekeken te hebben, begaf hij zich te voet naar de batterij Kaaphoofd.

 

Vandaar begaf hij zich naar het fort Kijkduin. Het binnengedeelte werd door hem zeer nauwkeurig bekeken, waarna hij zich enige tijd boven op het fort heeft opgehouden. Koning Willem I was over de verdedigingswerken zeer voldaan, doch de zandverstuiving in de droge gracht en bedekte weg van fort Kijkduin baarde hem zorgen. De rondleidende Eerstaanwezend Ingenieur zei daarop dat alles in het werk gesteld werd de zandverstuivingen te voorkomen, doch dat de schoonmaakwerkzaamheden grote sommen geld kostte.

Plan en Profils van het Fort Kijkduin zoo als het zig bevind in den Jaare 1814.

 

Omdat de weersomstandigheden dermate slecht werden, is de koning zonder fort Dirks Admiraal te bekijken, om 9 uur naar het Nieuwe Diep gereden om daar de werken te inspecteren en vervolgens met een jacht langs het nieuwe kanaal om het Koegras gevaren. Volgens verdere informatie is de koning nog dezelfde dag teruggekeerd naar Soestdijk.

 

Inderdaad een grote zorg bleek gedurende de eerste tijd het voorkomen van verstuiving der vestingwerken die de laatste tijd waren aangelegd. De meeste wallen en borstweringen waren opgeworpen uit het in de omgeving in ruime mate voor handen zijnde duin­zand. De strenge winters en te geringe aandacht voor beplan­ting gedurende de zomers maakten de werken daardoor tot een gemakke­lijke prooi voor de ook toen zeldende aflatende wind. Veel van het toen schaars zijnde rijksgeld moest daarom worden uitgegeven aan de aanleg en het onderhoud van beplantingen, rond en nabij verdedigingswerken. Zo moest alleen al in 1814 het duin waarop het fort Kijkduin geplaatst was beplant worden met 3.000 vierkante roeden stroo.

 

De vuurtoren 

Een "brouillon" of te wel een eerste ontwerp om op het reduit een kleine vuurtoren te bouwen vond geen doorgang.

Het werd uiteindelijk een vuurtoren van 5 verdiepingen. In 1821 begon aannemer Jacob Bollée (Gorinchem) met de bouw van de vuurtoren naar een ontwerp van J. Valk.

Het werd gebouwd op de drie middelste kielen van de gewelven. De totale hoogte van de vuurtoren was 46.50 meter boven volzee en 22.16 meter boven het terreinplein van het fort.

 

Nieuwe bewoners

In 1831 werd het fort ingericht tot plaatsing van geschut, het maken van een tamboer voor de brug en het afsluiten van de deuren in de droge gracht door middel van palissaden. In 1833 werd het reduit tot troepen-logies ingericht.

 

Kogelgloeioven

In het najaar van 1832 werd op de gewelven van het reduit een gemetselde Four à Réverbère (Kogelgloeioven) gebouwd. Aannemer J. Boven, woonachtig te Nieuwediep, verrichtte dit werk voor fl. 1.400,-

Het ontwerp van de gloeioven was afkomstig van de Franse genie-generaal  Jean-Baptiste Marie Charles Meusnier de la Place. In de oven werden de grote ronde kogels op een ijzeren rooster verhit totdat ze roodgloeiend waren. Het doel was om daarmee brand te stichten op de vijandelijke houten schepen.

Tijdens de verwijdering van betonnen dak bleek dat de fundatie van de oven nog geheel aanwezig was.

 

Fortwachter

Bij een nieuwe formatie vastgesteld in 1841 voor het Korps Ingenieurs, Minieurs en Sappeurs en het Korps Militaire Opzichters van Fortificatiën werden in Nederland zes militaire wachters aangesteld. Deze fortwachters werden aangesteld wanneer de forten ombemand waren of dat er geen oorlogstoestand of spanningen waren. In 1861 werd het aantal wachters verhoogd tot 50 man.

 

Bij KB van 19 juni 1872 werd bepaald dat het aantal wachters totaal 80 mocht zijn. Deze wachters hadden, behalve een bewakingsfunctie ook een taak bij de plaatselijke geniedienst.

Vanwege de laatste uitbreiding kreeg fort Kijkduin zijn eerste fortwachter. Zo verscheen op 1 oktober 1872 voor de Luitenant-Kolonel F.A. Vailliant, Commandant der Genie in de 5e Stelling Den Helder, de gepensioneerde Sergeant-Majoor vuurwerker van het 1ste Regiment Vesting Artillerie Johannes Maas.

Om aangesteld te worden als wachter op fort Kijkduin moest hij de volgende eed afleggen:

  

"Ik Zweer dat ik nimmer eene gift hoegenaamd, middelijk of onmiddelijk onder welken naam of voorwendsel, zal aannemen van eenig persoon, welke ik  weten of ver­moeden kan, eenig regtsgeding of eenige zaak te hebben of te zullen krijgen, in welke mijne ambtsverrigting zou kunnen te pas komen; dat ik mijnen post zal waarnemen met eerlijkheid, nauwgezetheid, onzijdigheid en zonder aanzien van personen en dat ik mij in de uitoefening mijner bediening gedra­gen zal, zooals aan brave en eerlijke wachters van verdedigings werken betaamt. Zoo waarlijk helpe mij God Almachtig".

 

In latere jaren werden er zelfs woningen op de terrein van de forten gebouwd en mocht zelfs het gezin van de fortwachter er wonen. Op fort Kijkduin werd in 1903 een fortwachterswoning gebouwd binnen de tamboer.

 

Gebouw voor de afstandmeting

Ten behoeve van de kustvuurmonden op het zeefront moest op het het reduit op de voormalige fundatie van de vuurtoren, een betonnen gebouw gebouwd worden. De aanbesteding voor het maken van een gedekte opstelling voor de afstandmeting werd aanbesteed op 24 december 1896 voor een bedrag van f. 14.500,-. Als laagste schreef in Willem de Jong, aannemer te Den Helder voor een bedrag van f. 14.200,-.

De gietstalen koepel werd besteld bij de fabriek van Schneider en Co. te Le Creusot (département Saône, Loire - Frankrijk). Het contract werd afgesloten op 18 december 1896 namens Nederland door de Kapitein Eerstaanwezend-Ingenieur te Den Helder J. Meursinge en bevestigd door de heer Geny van de firma Scheider & Co. Het aangenomen bedrag bedroeg f. 21.995,- (inclusief vervoer).

Het vorm-gietstaal, uit de Martin-oven gegoten, met voorzorgen tegen het ontstaan van blazen, daarna in een water-, olie-, of loodbad gehard en in de regel tenslotte uitgegloeid. Bij uitstekende mechanische eigenschappen en groot weerstandsvermogen, ook tegen geschutsvuur bezit dit materiaal het voordeel, dat het in allerlei vormen gegoten kan worden. Het is toegepast bij de vaste opstelling voor afstandmeting en waarneming op elk van de forten bij IJmuiden en Kijkduin, geleverd in respectievelijk 1894 en 1897, door de fabriek van Schneider en Co. en bestaande uit een gietstalen koepeldek op een hardgegoten ijzeren voetpantser.

De koepel is voorzien van twee richtsleuven voor de meetinstrumenten en zeven kijkgaten, welke met gesmeed stalen platen kunnen worden gesloten.

De prijs van elke pantserstand bedroeg gemiddeld f 22.000,- met inbegrip van spoorwegtransport en montage.

De panteringen t.b.v. de koepel op het fort Kijkduin, met een totaal gewicht van ongeveer 48.000 kg, bestond uit een stuk van omstreeks 23.000 kg en 4 stukken van elk ongeveer 6.200 kg. De pantseringen kwamen omstreeks 15 augustus 1897 op het station te Den Helder aan. Het lossen en vervoeren van het materiaal van station naar het fort geschiedde door deskundig personeel dat speciaal door de leverancier beschikbaar was gesteld.

 

Foto rechts: Het gebouw van de afstandmeting met op de voorgrond de fundatie van de kogelgloeioven uit 1832. Het laatste is helaas afgebroken vanwege de situering van het restaurant.

 

Gardner Mitrailleur M90

Zo werd er in 1897 een bedrag van f. 600,- besteed tot wijziging opstelling mitrailleurs M90 op kazematstoelen.

 

Tijdens het blootleggen van de Contrescarpkoffer in februari 1993, werd zowel de buitenkant als de binnenkant zichtbaar. De ijzeren luiken waren allemaal nog aanwezig.

 

De Gardner M90 werd gefabriceerd door Gardner Gun Co. vanaf 1890. Het was een 2-lopen handaangedreven repeteer mitrailleur.

 

De originele draagbeugels van de M90.

 

De batterij Kijkduin

 

 

 

Auto Hobby Club Kijkduin

Ontwerp logo 1988 C. Beneker.

 

De Auto Hobby Club Kijkduin werd opgericht op 21 augustus 1972 en nam intrek in de twee noordelijke beuken van het fort. Dit zou tot 1992 duren toen de stichting Stelling Den Helder het fort overnam.

Thans is de Auto Hobbyclub een afdeling van de personeelsvereniging Marine-Bedrijf-Sport-en Ontspanning-Vereniging (afgekort: M.B.S.O.V)

 

 

Noten:

*1 Met dank aan Dick van Egmond (Callantsoog)

Zie zijn site over de seinpost Callantsoog: http://home.hetnet.nl/~anitavanegmond/index.html