Home/Accueil

●  Inleiding/Preface

●  Nieuws/Nouvelles

Nederlands/Néerlandais

●  De Stelling Den Helder

●  Kustartillerie

●  Forten/Forteresses

●  Batterijen/Batteries

●  Linies/retranchement

●  Bunkers/Abris

●  Monumenten

Duits/Allemand

●  Bunker complexen

●  Bunkers/Abris

●  Radar

●  Mijnenvelden/Champs de mines

Overige plaatsen

●  Callantsoog

●  Den Oever

●  Petten

●  Schagen

●  Schoorl

●  Texel 

Diversen/Divers

●  Boeken/Livres

●  Links/Liens

●  Updates

●  Site

 

 

Louise batterij

 

© J. van Tongeren - Laatste wijziging 29 oktober 2010

 

 

Princes Louisa

In 1781 werd - op voorstel van den Prins van Oranje - door de Gecommitteerde Raden van Staten van Holland en Westvriesland Noorderkwartier, tot den bouw van enige verdedigingswerken aan den Helder besloten. Tot deze werken behoorde ook de batterij Prinses Louisa. Het lag ongeveer tegenover het huidige marine museum. Zij werd door manschappen van het garnizoen opgeworpen, en bestond uit twee facen, front makende naar zee, één flank ter linkerzijde tot bestrijking van de dijk. Binnen de batterij was een klein houten corps-de-garde gesteld.

  

Erfprinces

Onder leiding van luitenant-kolonel P.H. Gilquin werd in de maanden maart en april 1793 op het buitentalud van de zeedijk een kustbatterij aangelegd, genaamd "Erfprinces". De bewapening bestond uit 11 kanonnen van 24 pond, te weten 6 kanonnen op de linkerflank en 5 op de rechter. Naast 8 ammunitie- kisten was op de rechterflank een gemetseld gloeioven à reverbere tot het "gloeijen van koogels". Van achteren was de batterij met palisaden gesloten.

In 1799, kort voor de landing der Engelsen en Russen, werd een wachthuis en een mortierbatterij toegevoegd. In 1799 en 1800 werd deze batterij voorzien van een "four a reverbere", hetwelk werd aangenomen door D. de Ridder.

Op last van luitenant-generaal Daendels werd op 27 augustus 1799 's avonds de kolonel H.J. Gilguin  - niet te verwarren met bovengenoemde - opdracht gegeven de 86 stukken van de kustbatterijen Erfprinces en Kaaphoofd te doen vernagelen, de ammunitie onbruikbaar te maken en met zijn troepen op de linkervleugel terug te trekken.

Kon men geschut niet meenemen, dan sloeg men een spijker of een daarvoor speciaal bestemde vernagelpen in het zundgat, het bovendeel werd er  afgeslagen en de spijkerpunt in de ziel krom geramd. Nog een afdoender middel was, er een kleine lading kruit in te doen en een in vilt gewikkelden kogel met een schep vette klei in te brengen. De kogel werd bovendien stevig in de loop gekegd. Vuurde men dan het stuk af, dan barstte dit, of werd inwendig geheel vervormd.

 

L'Union (de Unie)

In datzelfde jaar kreeg het de naam van l'Union (de Unie). Bewapening: 5 ijzeren stukken à 24 pond op rolpaarden, 5 mortieren à 30 ponds steen, 1 mortier à 16 ponds steen, 2 kapluifels ieder met 3 kisten. Er is nog een gemetseld kruitmagazijn aangelegd, tot berging van 1000 vaten kruit à 100 pond. Het was met een zoldering en gewoon dak gedekt en derhalve niet bomvrij.

 

Batterie de Côte l'Union 1810

  

Princes Louisa

Bij Souverein Besluit van 28 juli 1814 kreeg het de naam Princes Louisa, genoemd naar de oudste dochter van Stadhouder Willem V, Princes Frederica Louisa Wilhelmina, Prinses van Nassau en Oranje, roepnaam Louise en Loulou,. Zij was geboren te Den Haag 28 november 1770 en huwde op 14 oktober 1790 Karel George August, erfprins van Brunswijk Wolfenbuttel.

Zij overleed in Den Haag op 15 oktober 1819, bijgezet in de Koninklijke Grafkelder van de Nieuwe Kerk in Delft.

 

Grondwet voor de Vereenigde Nederlanden (1814)

Artikel 6. Bij ontstentenis van nakomelingschap uit den tegenwoordigen Souvereinen Vorst, Prins Willem Frederik van Oranje-Nassau, vervalt de Souvereiniteit aan Deszelfs zuster, Prinses Frederika Louisa Wilhelmina van Oranje, Douairiere van wijlen Carl George August Erfprins van Brunswijk Lunenburg, of Hare wettige nakomelingen uit zoodanig nader huwelijk, als door Dezelve ingevolge artikel 2 mogt worden aangegaan.

 

Princes Frederica Louisa Wilhelmina

Souverein vorstin

 

Bij de stormvloed van 1825 werd de batterij, gelegen op het buitentalud van de Zeedijk, door een bres in de zeedijk weggeslagen.

Zij werd wederom op dezelfde plaats aangelegd. Dezelve heeft een cirkelvormig gedaante en kan niet geenfileerd worden. Op de batterij kunnen vijf vuurmonden vóór, langs en over het geheele .. hoofdwerken. De vuurlijn is 73 meter lang.

De batterij is in 1852 niet bewapend en heeft geen gebouwen. Zolang er geen betere verdediging van de mond van het Nieuwediep is daargesteld, heeft deze batterij een insgelijke waarde, om daardoor zoveel als mogelijk de doorgezeilde vijandelijke schepen het ankeren voor de mond of het inzeilen van de haven te beletten.

Op de rechtervleugel werd in 1832 een mortierbatterij toegevoegd. Achter het wierhoofd werd een emplacement voor vijf mortieren gemaakt, die daarna wederom is geamoveerd.

Nadien onderging dit verdedigingswerk weinige veranderingen, tot in 1859 het aardewerk enigsins verzwaard en aan de oostzijde uitgelegd is; bovendien werd toen het binnentalud met een gemetselden borstweringsmuur opgezet en het aardewerk aan de oostzijde door een profilmuur ondervangen. Dit werk werd uitgevoerd door J.E. Janzen.

 

Mortierbatterij

Bij het in staat van verdediging brengen van de Stelling van den Helder in 1870 tijdens de mobilisatie van de Frans-Duitse oorlog, werd ten oosten van de batterij "Prinses Louisa" een mortierbatterij gemaakt, door insnijding in de dijksbinnenhelling. Dit werk werd uitgevoerd door Gebr. Jansen. Per 6 december 1881 was de batterij als volgt bewapend met het daarbij benodigde personeel: 6 getrokken mortieren en 8 gladde mortieren van 29 cm. In totaal 4 Onderoff., 4 Korporaals, 85 Manschappen.

 

Nieuwe Batterij

 

 

In 1884 werd het aardewerk van de batterij "Prinses Louisa" en de mortier-batterij geheel gewijzigd en beide samen ingericht tot een mortierbatterij met 14 emplacementen in het lichaam van den zeedijk, met 4 gebouwen en achtergelegen gronddépot. Dit werk werd uitgevoerd door A. Graaff. De batterij Louise diende na bovengenoemde wijziging tot het brengen van werpvuur op de Helsdeur en het Marsdiep. De bewapening is vastgesteld op 14 getrokken mortieren van .. cm. (voorlopig op 14 mortieren van 29 cm).

 

De opheffing

Als vestingwerk opgeheven bij K.B. van 4 november 1922 (Stbl. 594). Op de foto uit 19.. zien we de vier schuilplaatsen aan de binnenkant van de dijk liggen. De emplacementen en traversen zijn dan al gesloopt.

 

Tweede Wereldoorlog

Twee van de vier betonnen schuilplaatsen met magazijnen werden door de Duitsers onder andere gebruikt als levensmiddelenbergplaats. Vóór de batterij aan de zeezijde werd door de bezetter voor 1944 een Panzermauer (tankmuur) gebouwd. Om uitvoering te geven aan de voltooiing van de Atlantikwall werden - om voor een vrij gebied rond verdedigingswerken te verkrijgen - de particuliere huizen van de Dijkweg, Louise Steeg en Achterstraat afgebroken.

De Duitse bewapening was als volgt:

  • niet bekend: Bewapening: 1 x 2 cm Flak Oerlikon (schuilnaam: "Emil"), bezetting (M): 7./M.Fl.A. 808

  • 26.3.1943: Bewapening: 1 x 2 cm Flak (schuilnaam: "Emil"), bezetting (M): 7./M.Fl.A. 808

  • 26.5.1943: Bewapening: 1 x 2 cm Flak, bezetting (M): 7./M.Fl.A. 808

  • 26.5.1944: Bewapening: 1 x 2 cm Flak (schuilnaam: "Emil"), bezetting (M): 7./M.Fl.A. 808

Afbraak

Tijdens de ophoging van de dijk op Delta-niveau is het geheel geslecht en niets herrinnerd meer aan één van de oudste batterijen van Den Helder.

 

Prinses Louise Boulevard

In juli 1998 presenteert het Helderse architectenbureau Kapitein via de lokale krant een plan voor een drietal woongebouwen aan het einde van de Weststraat met uitzicht op 't Marsdiep, Texel en de Oude Rijkswerf. Gebouwd werd er overigens niet, het bleef bij plannenmakerij.