Geschiedenis kustartillerie | Kustverdediging | Bewapening

Torpedostation | Ontwikkeling munitie

 

Home/Accueil

●  Inleiding/Preface

●  Nieuws

Nederlands

●  De Stelling Den Helder

●  Kustartillerie

●  Forten

●  Batterijen

●  Linies/retranchement

●  Nederlandse bunkers

Duits

●  Batterijen

●  Bunkers

●  Radar

●  Mijnenvelden

Overige plaatsen

●  Callantsoog

●  Den Oever

●  Petten

●  Schagen

●  Schoorl

●  Terschelling

●  Texel

●  Vlieland

Diversen

●  Boeken/livres

●  Links/Liens

●  Updates

●  Site

 

 Kustverdediging

door J. van Tongeren

Omdat Nederland in het noorden en westen grenst aan zee, was het van het grootste belang dat de kust en met name de havens werden beschermd door kustbatterijen.

Onder kustbatterijen verstaan we verdedigingswerken die bestemd zijn om met licht tot zwaar geschut een gevecht tegen bewapende schepen te kunnen volhouden. Ze zijn gewoonlijk van defensieve aard en moeten bij een onverwachte aanval zolang weerstand kunnen bieden tot het landleger ter plaatse is.

 

De ligging en de inrichting van kustverdedigingen hangt geheel af van het doel waarvoor zij dienen, bijvoorbeeld:

  1. vijandelijke landingen te beletten;

  2. de vijand het bezetten van die punten te beletten, vanwaar hij de aanvallen met succes zou kunnen voortzetten;

  3. de mondingen van bevaarbare stromen, rivieren en zeengten te dekken en het binnenlopen van vijandelijke schepen te beletten;

  4. een zeehaven of maritieme inrichting te beveiligen.

Kustbatterijen kunnen gerangschikt worden onder de volgende soorten:

Tegemoetkomende batterijen, die opvarende schepen over de lengte beschieten, voordat deze de plaats van de batterij voorbij gevaren zijn en dus in het front worden genomen.

  • Evenwijdige batterijen, die dienen om de vijandelijke schepen frontaal te beschieten wanneer zij vóór de batterij zijn gekomen.

  • Vervolgende batterijen, die de vijandelijke schepen, na het voorbijvaren, wederom over de lengte beschieten en ze als het ware in de rug nemen.

Batterij "De Princes van Oranje" in 1793. (Foto Marinemuseum Den Helder).

De gloeioven uit 1793. (Foto Marinemuseum Den Helder).

 

De batterij "De Princes van Oranje" op Kaaphoofd werd in 1793 zodanig gebouwd dat het vijandelijke schepen zowel tegemoetkomend, evenwijdig (frontaal) als vervolgend kon beschieten.

De architect Luitenant-Kolonel P.H. Gilquin ontwierp tevens de gloeiovens die links en rechts van het wachthuis stonden (zie foto). Deze gloeiovens werden gebruikt om de kogels "kersrood" te gloeien, waarna zij met speciale tangen in de voorladers gebracht werden. Hun grote uitwerking op de houten vijandelijke schepen is te raden.

 

Zoals gezegd beschieten de tegemoetkomende en vervolgende batterijen de vijandelijke schepen over hun lengte. De trefkans is echter kleiner, maar wanneer het doel getroffen  wordt is de uitwerking des te groter. Bijkomend voordeel is dat het vijandelijke schip in een zodanige positie verkeert dat het moeilijk terugvuren is.

 

De evenwijdige batterijen zijn de eigenlijke hoofdbatterijen.

Deze hoofdbatterijen hebben het meest te lijden van de vijandelijke vuren, wanneer het de gehele batterij van het schip tegenover zich krijgt en aan de volle werking van het scheepsgeschut wordt blootgesteld.

 

De ondergang van de vijandelijke schepen werd door de tegemoetkomende batterijen voorbereid, doch diende door de frontbatterijen voltooid moest worden. Gebeurde dit slechts gedeeltelijk, dan maakten de vervolgende batterijen het werk af.

 

Toen de kanonnen op rolpaarden werden vervangen door de zgn. "draaibare" kanonnen, werden de vervolgende batterijen afgeschaft. Men ging er vanuit dat de tegemoetkomende en evenwijdige batterijen de klus wel konden klaren.